Project Overview

Te weinig Limburgers werken

Maar kunnen ze daar iets aan doen?

 

Door Tom Janssen. Analyse: Jordy Duits / www.bernwoodsteinward.com. Bronnen: CBS Statline & Rapport ‘Het Succes van de Vergrijzing’, TNO, (2011)

In Limburg werken er gemiddeld te weinig mensen, in vergelijking met de rest van Nederland. Dat blijkt uit cijfers van het CBS, na research door Bernwood & Steinward. En dat terwijl onderzoek van TNO uitwijst dat het juist goed is dat in gebieden die vergrijzen er meer mensen gaan werken.

Het aantal mensen dat daadwerkelijk werkt binnen de potentiële beroepsbevolking van Limburg, ligt volgens het CBS 2,7% lager dan in Nederland. In Zuid-Limburg is het verschil zelfs 4,8%. Vooral de aantallen allochtonen en hoogopgeleiden vallen hierbij op. Er zijn 4,8% minder allochtonen die werken in Limburg, in vergelijking met het nationale gemiddelde. Het aantal hoogopgeleiden dat werkt ligt in Limburg 4% lager dan in Nederland.

Zuid-Limburg is ook hier het slechtste jongetje van de klas: Het percentage werkende allochtonen in verhouding tot de rest van het land ligt 7,1% lager en dat van de hoogopgeleiden 5,3%.

Waarom is meer werken belangrijk?

Dat het belangrijk is dat er meer gewerkt wordt in vergrijzende gebieden, blijkt uit het onderzoek ‘Het Succes van de Vergrijzing’ van TNO uit 2011. In dit onderzoek wordt gesteld dat een hogere arbeidsparticipatie de weerbaarheid en inzetbaarheid van de bevolking in een vergrijzend gebied zou kunnen vergroten.

In 2015 — 4 jaar na publicatie van het onderzoek — bleef de arbeidsparticipatie in Limburg, één van de meest vergrijzende regio’s van het land, echter nog steeds achter bij het nationale gemiddelde. Een mogelijke oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat er te weinig werk is in Limburg.

Analyse van cijfers van het CBS laat echter zien dat het algehele werkloosheidspercentage in de periode 2011–2015 dicht bij het Nederlandse gemiddelde zit. Kortom; van een ontmoedigend hoge werkloosheid is in Limburg geen sprake. Sterker nog, voor allochtonen ziet het er, qua ontwikkeling van de werkloosheid, in Limburg zelfs beter uit dan in de rest van Nederland, zo laten de cijfers zien. Voor hoogopgeleiden zijn er geen wezenlijke verschillen met het nationale gemiddelde, noch positief noch negatief.

Niet iedereen vindt passend werk

“Traditioneel ligt de arbeidsparticipatie in Limburg lager dan in de rest van Nederland”, zegt Gerald Ahn, arbeidsmarktadviseur UWV, in gesprek met Bernwood & Steinward. “Overall gezien ligt het opleidingsniveau wat lager in deze provincie en we weten dat laagopgeleiden doorgaans minder participeren.” In het verleden werd er veelal industrieel personeel opgeleid, maar die sector krimpt momenteel. “Daar tegenover staat dat er tot dusver nog maar weinig zakelijke dienstverlening in Limburg voor handen is, wat het voor hoogopgeleiden vaak moeilijker maakt om aan passend werk te komen”, aldus Ahn.

Ahn onderstreept het belang van meer werkende mensen in tijden van vergrijzing. Tegelijkertijd plaatst hij een kanttekening: “Er zijn steeds meer mensen nodig; verschillende sectoren kampen met tekorten aan arbeidskrachten. Dat de noodzaak tot meer arbeidsparticipatie wordt benadrukt is daarom prima, maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat er mensen worden opgeleid voor waar vraag naar is.”

Mismatch

Die uitspraak lijkt te duiden op een zogenaamde kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod én verklaart ook de participatiecijfers van het CBS: Er is in principe geen sprake van een ontmoedigend hoge werkloosheid, er is nog ruimte op de arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd passen de banen die er zijn niet altijd bij het profiel van de werkzoekenden in deze provincie.